Young profs

Ik werk graag en vaak met young professionals; net afgestuurde HBOers en WOers in hun eerste baan. Het zal niemand verbazen dat de nieuwe generatie werknemers (geboren tussen 1985 en 1990), opgegroeid in het tijdperk van computers en mobieltjes anders aankijkt tegen werk en dus ook anders werkt dan voorgaande generaties.

De Young professionals worden omschreven als een optimistische, zelfverzekerde generatie die gewend is haar zin te krijgen. Ze willen zelfstandig werken en accepteren alleen coachend of faciliterend leiderschap van iemand die in hun ogen recht van spreken heeft.

In de praktijk merk ik dat het verlangen naar zelfstandigheid botst met de behoefte naar feedback. Want de YP, die het beste gedijt als hij zijn werk, taken en doelen zoveel mogelijk zelf kan bepalen, raakt stuurloos, onzeker en presteert minder als hij te weinig feedback krijgt.

Als de YP te weinig positief en negatief commentaar op zijn werk krijgt, weet hij niet zeker of hij op de goede weg zit. En die onzekerheid knaagt aan de YP. HIj vraagt er in de praktijk ook niet automatisch om, want hij is bang om zijn leidinggevende lastig te vallen, om te vragen naar de bekende weg, en om zijn functioneren zo openlijk ter discussie te stellen.

Belangrijke kwesties die in trainingen voor young professionals geleerd en geoefend worden zijn dan ook:

  • Hoe vraag ik om feedback
    zodat ik weet of ik op de goede weg zit; einde aan onzekerheid
  • Hoe vraag ik door om een opdracht volledig te begrijpen
    zodat ik weet wat er van me verwacht wordt in termen van tijdsplanning en resultaat
  • Hoe profileer ik mijzelf op het werk
    zodat mijn leidinggevende ziet hoe ik functioneer en dat ik toe groei naar inhoudelijk zwaardere projecten

Het resultaat is assertieve young professionals die de balans weten te houden tussen: wel hun leidinggevende erbij betrekken als het nodig is en niet met elk probleem bij hun baas op de stoep staan.